Gevelstenen in soorten
   

   

 

  

EEN STEEN IN DE GEVEL  

In hun standaardwerk "De Uithangtekens ...." omschrijven Van Lennep en Ter Gouw gevelstenen als "gebeeldhouwde bas-reliëfs in de gevel gemetseld". 

Met deze omschrijving wordt louter uitgegaan van de uitvoering en plaats van toepassing, waardoor vrijwel iedere steen in een gevel waar ook maar iets in uitgebeiteld is, als vanzelfsprekend aangemerkt wordt als gevelsteen. 

In deze "Maastrichtse gevelstenencatalogus" is echter de functie die gevelstenen in het verleden vervuld hebben als uitgangspunt gekozen.

Het meest zwaarwegende argument daarvoor is van historische aard. In oude overdrachtsakten wordt de rol van de 'echte'  gevelsteen duidelijk: een huis of ander bouwwerk een kenmerk te geven ter onderscheiding van andere, een identificatieteken dus.

Tegenwoordig hebben we deze mogelijkheid met de gangbare adressering, een naambord of een of andere vorm van reclame-uiting. Maar huisnummering wordt pas toegepast vanaf ongeveer 1800. Voor die tijd werd dit gemis opgevangen door de eigenaar/bewoner te noemen óf meestal het bouwwerk een naam of kenmerk te geven, die werden uitgebeeld op een uithangbord of een steen in de gevel. 

Daarmee zijn in dit overzicht de 'echte' gevelstenen onder te verdelen in:

huisnaamstenen : op de steen is in woord en/of beeld de naam uitgebeeld waaronder het gebouw bekend was en is dit dus in feite te beschouwen als de "verstening" van de huisnaam.

  

                 

 

vestingnaamstenen : op de steen is de naam te lezen van het betreffende vestingwerk. Namen van toen bekende personen (regeerders of bevelhebbers), plaatsen en gewesten waren hier in trek.

               


wapenst
enen : op de steen is een heraldisch wapen uitgebeeld, dat de betrokkenheid tussen bouwheer en een gebouw of bouwwerk aangeeft. De eigendommen van de stad en aanzienlijke families waren genoegzaam bekend en daar was toevoeging van een naam in feite overbodig. Mode (en ijdelheid van omhoog gevallen burgers?) zullen maatgevend geweest zijn bij het aangeven van deze band door het plaatsen van het eigen wapen als symbool van die eigennaam.

          


De resterende groep uithangtekens zijn de 'twijfelgevallen', die hier buiten de boot vallen, omdat ze niet in steen zijn uitgevoerd, niet van Maastrichts origine zijn, er wel oud uit zien maar te jong zijn om het huis ooit een eenduidig kenmerk te hebben gegeven, of louter een functie hebben (gehad) als versier- of gedenksteen.
  

Die verdeling van echte en onechte gevelstenen wordt bijna door niemand gehanteerd, wat heet: ik ben blijkbaar zo wat een van de weinigen die dat doet.

Als concessie aan die 'andersdenkenden' zijn ook chronogrammen, losse jaarstenen en brandplaatjes (vanwege de grote hoeveelheid) in aparte overzichten ondergebracht en is alles wat verder nog voor onechte gevelsteen door kan gaan én vanwege inhoud of vorm de moeite waard is gezien te worden, toegevoegd aan de adressenlijst.
Maar dat is en blijft - evenals de eerdere onderverdeling - een persoonlijke, subjectieve keuze.

                    


 

 

 

 

 

Voor alle duidelijkheid: in alle overzichten worden aanduiding van de steen, trefwoord of omschrijving van de voorstelling aangegeven in kleine letters
 en alleen letterlijke opschriften in HOOFDLETTERS.


De weg kwijt in deze catalogus? 

Ga dan naar het snelmenu in de "beginpagina" 
of kies voor de "inhoudsopgave" 
met nog meer items en een overzicht van de inhoud op de aanvullende dvd. 
  


"Amsterdam mag er dan meer hebben (met zeshonderd Nederlands kampioen), Maastricht telt er met tweehonderd toch ook heel wat en - zonder tegen zere benen of op lange tenen te willen trappen - mooier heb ik ze nergens gezien.
Het gaat om de prachtige gevelstenen van de Limburgse hoofdstad."
          

uit: Maurits van Rooyen, Op gevels geschreven.

En  wie ben ik - als Mestreechter Sjeng toch al alom berucht om z'n chauvenisme - om dit tegen te spreken  ;-)