wapensteen Claude 't Serclaes de Tilly


Academieplein, achterzijde Bonnefantenklooster
 



wapen 't Serclaes Tilly - d'Aspremont Lynden

De wapensteen toont het samengestelde wapen van Tilly en zijn vrouw Anne Antonia d'Aspremont - Lynden de Reckhem.

't Serclaes de Tilly:
I en IV klimmende gouden leeuw op rood
II en III rood kruis op goud (Montmorency moederszijde): met 16 azuurblauwe arenden in een gouden veld

d'Aspremont - Lynden de Reckem:
I en IV gouden kruis op rood (Lynden)
II en III kilimmende rode leeuw op goud (Reckheim)
hartschild zilveren adelaar op blauw (d'Aspremont)

Deze wapensteen is herplaatst op het Academieplein in de achtergevel van het vroegere Bonnefantenklooster.
 



militair

Claude Frederic Tilly (1648 - 1723) was beroepsmilitair. Hij diende eerst in het leger van Frankrijk en Spanje, maar in 1672 trad hij in dienst van de Staten Generaal. Hij was het ook die met zijn ruitercompagnie de Gevangenpoort in Den Haag onder bewaking had toen de gebroeders De Witt daar gevangen zaten. Hij trok zich pas terug op uitdrukkelijk schriftelijk bevel van zijn superieuren. Zijn commentaar: "De heren De Witt zijn thans dode heren."
De militaire loopbaan van Tilly werd tenslotte besl
oten met het gouverneurschap van Maastricht van 1718 tot aan zijn dood in 1723.
 



 


Hof van Tilly

Er bestaat een redelijk vermoeden dat deze steen afkomstig is van Grote Gracht 90-92, het vroegere stadspaleis waar Tilly tijdens zijn gouverneurschap woonde en dat bekend werd als Hof van Tilly.
Het is natuurlijk een gok, maar dat de wapensteen daar mogelijk verdwenen is, zou toegeschreven kunnen worden aan een van de vele verbouwingen die dat gebouw in de loop der tijd onderging, waarbij het transformeerde van een ‘hotel de ville’ tot Rijkslagereschool, Rijkskweekschool en tenslotte nu faculteit cultuurwetenschappen van de UM. Wat er tenslotte door rigoreuze aanpassingen van zijn vorstelijk(?) verblijf is overgebleven, zou Tilly zeker niet bekoord hebben, al moet gezegd dat het restant op dit moment heel fraai is opgeknapt. (Coen Eggen heeft trouwens met bouwhistorisch onderzoek aangetoond dat daar sprake was van veel schone schijn en dat Tilly zich ruimschoots bezondigd heeft aan ‘recyclen en camoufleren’).
Het was oorspronkelijk de refugie van Munsterbilzen, in 1682 eigendom van twee geboren gravinnen van Reckheim én kanonessen van Munsterbilzen, Anna Maria Eleonora en Anna Antoinetta. De eerste, prinses-abdis, schonk haar aandeel in de ‘Poort van Munsterbilzen’ aan haar zus toen deze Munsterbilzen verliet om te gaan trouwen met de graaf van Tilly.