de bisschopsmolen

Stenenbrug 1
 

 


Op de gevelsteen van Stenenbrug 1 is evenals bij de hertogsmolen en sint Arnoldus een zogenaamde stuikmand afgebeeld. Dat wijst op het grote belang van deze Jekermolens voor het brouwersambacht.
De stuikmand werd bij het brouwen van bier gebruikt om de gruit of hop in het brouwsel te laten zakken, waarna er met de eveneens afgebeelde gaffels of roerspanen in werd geroerd.
 



De bisschopsmolen, volgens overlevering eigendom van Godfried van Bouillon, kwam in 1094 in eigendom van de prins-bisschop van Luik en werd van toen af de "busschopsmaltmoelen" genoemd. De gevelsteen in Lodewijkstijl wijst op een verbouwing tweede helft achttiende eeuw.

Van veel eerder zijn twee stenen boven het rad in de achtergevel met de inscriptie: ANTHON CLOETT MEULEMEYSTER TERTYT Ao 1609 met daaronder een vernield wapen. Rechts daarvan: WOLTHER VAN AVST MEULEMEYSTER TERTYT Ao 1609 met daaronder een schild met een soort drietand en door het heft een dwarsbalkje. De stenen zijn van gelijke uitvoering en we kunnen dus aannemen dat er twee molenmeesters tegelijkertijd waren, die samen het maalrecht gepacht hadden. Voor Anthoon Cloett was het in ieder geval niet de enige bron van inkomsten, want hij was ook nog waard van "de reype" op de Houtmarkt.
 


 

 


 


 

In 1924 werd het houten molenrad door een ijzeren vervangen en de molen tot in de vijftiger jaren door molenaar Crijns in bedrijf gehouden. Op dit moment wordt de molen door de bakker in het naastgelegen pand draaiende en toegankelijk gehouden.