stadsster  1749

Dinghuis, gevel Jodenstraat

 

 


Deze Maastrichtse stadsster is een typisch voorbeeld van een eigendomsmerk.
Het was een normaal verschijnsel dat de stad haar bouwwerken (gebouwen, muren, poorten) voorzag van de stadsster.  
Bekend is dat in 1749 Francois Soiron een aantal herstellingen uit te voeren kreeg aan het Dinghuis, inclusief het maken van een nieuwe ingang aan de Jodenstraat. Het jaartal 1749 is daar nu nog het bewijs van. Een ander jaartal  (in de voorgevel, middelste venster, derde verdieping) is een verwijzing naar andere noodzakelijke vernieuwingen in 1696.  
 

 


 
 


Het Dinghuis was de hoofdzetel van het Brabantse en Luikse hooggerecht. Het gebouw werd rond 1470 gebouwd en het was toen geheel in vakwerk uitgevoerd: uit die periode dateert nog de zijgevel aan de Jodenstraat. De hardstenen voorgevel is rond het midden van de 16e eeuw gebouwd. In 1793 werd de gevel bekroond met een driehoekig fronton. Hierin werd het middeleeuwse uurwerk geplaatst. Dat is de oerklok die slechts één wijzer bezit.
De functie van het Dinghuis als gerechtshof werd opgeheven toen in 1664 op de Markt het nieuwe stadhuis werd geopend. Het gebouw werd daarna gevangenis, oudheidkamer, kamer van koophandel, school, poppentheater en sinds 1985 Visitor Maastricht.