17  IN DE GROENE STAADELER  77

Hoogbrugstraat 74

 

 


De Staadeler vormt het grote raadsel onder de Maastrichtse gevelstenen. Niet alleen de betekenis van het onderschrift IN DE GROENE STAADELER is onbekend, maar ook de voorstelling roept vraagtekens op.
Knappe koppen hebben zich er al het hoofd over gebroken met als resultaat een tig-tal hypotheses.  
Zo is het woord "stalre" middelnederlands voor iemand die waren uitstalt, in een stal woont of die bezit. De taalkundige ontwikkeling van stalre naar staldere en tenslotte staadeler is mogelijk.  
Het bijvoeglijk naamwoord groen zou kunnen wijzen op jong, levendig.  
En dus zou groene staadeler een alerte koopman of jonge boer kunnen betekenen.  
Ook in het middel-hoogduits is het woord staedelaere bekend en betekent huurder of eigenaar van een stadel, dat zowel schuur, bergplaats of herberg kan zijn. Dan zou staadeler synoniem zijn aan het middel-nederlandse stalwaarder en het latijnse stabularis, dat ook herbergier kan betekenen. Groen kan duiden op vrolijk, goed gehumeurd. Dan hebben we hier dus een vrolijke herbergier, al had hij op de steen dan wel wat vrolijker mogen kijken.
Voortbordurend op het vorige, waarbij de betekenis van stadel uitgebreid kan worden met stalling, graanschuur of bedrijf waar men groente en veldgewassen verkoopt, kan een verbinding gelegd worden tussen deze steen en een opvallend groot aantal groentehandelaars in deze buurt, zoals de wijkmeesterlijst van 1777 laat zien.    
Om het verhaal rond te maken: groen is in deze een toepasselijke kleur en de vreemde versiering om het hoofd zou een krans van groente zijn.  
Mogelijk heeft staadeler ook iets te maken met "stadlander", een naam die men vroeger gaf aan huizen, buitens, herbergen of uitspanningen op het land in de nabijheid van de stad. 
Deze groene staadeler was echter binnen de stadsomwalling gelegen.
Het weinig concrete wat aan te voeren is, is het gebruik van de naam Staadeler als familienaam. In 1753 legde Frans Stadeler uit Oostenrijk, meester in het brouwersambacht, de eed af als burger van Maastricht. In 1768 trouwde Joseph Stadleer in de St.Martinuskerk en later deed Johannes Staedeleer hetzelfde in de Catherinakerk. Rond die tijd was er ook ene Stadeler nog kanonnier in het Staatse leger en lag hier in garnizoen.
 Of komt de naam staadeler uit de lakennijverheid, waar we immers de naam "staalmeester" kennen?  
Of bestaat er verband tussen dit hoofd en met name wat er uit zijn mond komt en diverse romaanse afbeeldingen met ranken uit monden en bekken?  
Of is een staadeler een....., och laat maar.
Een "stameleer" (Maastrichts voor stotteraar) was eenvoudiger geweest.

 


 

 


Tussen 1930 en 1952 lag de steen in het depot van het Bonnefantenmuseum aan de Helpoort, maar is daarna weer teruggeplaatst in het pand van herkomst.