stadswapen

stadhuis, Markt

 

   


In 1664 werd het stadhuis op de Markt in gebruik genomen. Daarvoor was 'het huis van de stad' gevestigd in twee huizen in de Grote Staat die bekend stonden onder de namen de Lanscrioon en de Liebaert. Die twee huizen speelden een grote rol in het bestuurlijke leven van de stad, want daar kwam de raad bijeen, werden van stadswege ontvangsten gehouden, en waren het centraal magazijn van brandweermateriaal, de gevangenis en de stadswijnkelder. 
In 1593 besloot men tot het bouwen van een nieuw stadhuis ‘vermits de Lanscroene caducque is en staet in te vallen’. Zo'n vaart liep het blijkbaar niet, want pas rond 1660 werd de Lanscroon verkocht ten bate van het nieuwe stadhuis op de Markt en bleef daarna nog gewoon onder zijn oude naam vernoemd.

         

Voor dat nieuwe stadhuis op de Markt werd een architect van naam aangetrokken, Pieter Post, een leerling van Jacob van Kampen. De eerste steen werd gelegd in 1659, maar het duurde nog tot 1664 voor de gemeenteraad hier haar intrek kon nemen. Daarmee was het gebouw nog niet af want pas in 1684 kon de toren worden voltooid.
 

 


 

 


Op het fronton aan de westzijde, de voorgevel, is de stedenmaagd afgebeeld (toen al getransformeerd tot stadsengel), geflankeerd door de twee zittende figuren van Mars (als symbool van weerbaarheid van de vestingstad Maastricht) en Minerva (met nee, geen carnavalsmasker, maar het slangenhoofd van Medusa en een uil als symbool van wijsheid).
 

 

             

 


De zuidgevel die gereed kwam in 1662